Wat kost mastitis u nou echt?

De uier van een koe

U hebt het druk genoeg: voeren, landwerk, kalveren, robot of melkstal die gewoon moet draaien. Tussendoor zijn er altijd wel een paar mastitisgevallen. De dierenarts komt langs, er gaat wat melk weg, het celgetal schiet een keer omhoog, u past de planning aan en gaat weer door.

Maar stel dat u een jaar terugkijkt op een bedrijf met 100 melkkoeien. Hoeveel mastitisgevallen hebt u dan eigenlijk gehad? En belangrijker: wat heeft dat jaar u gekost?
Als u die vraag serieus durft te stellen, komt u vaak hoger uit dan u denkt.

De mastitisrekening op een bedrijf met 100 koeien

Op basis van recente MastitisMonitor-cijfers heeft een bedrijf in Nederland gemiddeld 30 klinische mastitisgevallen per 100 koeien per jaar.1

De faalkosten van één klinisch mastitisgeval worden geschat op ongeveer €210 per geval.2 Voor een bedrijf met 100 koeien betekent dat dus al snel €6.300 per jaar aan klinische mastitis alleen.

Daar komt de schade door subklinische mastitis nog bovenop. Dit bestaat voornamelijk uit productieverliezen en wordt geschat op ongeveer €77 per aanwezige koe per jaar, oftewel nog eens circa €7.700 per jaar op een bedrijf met 100 koeien.3

Voor een gemiddeld bedrijf met 100 koeien is het dus heel normaal dat de mastitiskosten jaarlijks rond de €14.000 uitkomen.

Waar bestaan die mastitiskosten uit?

Die €14.000 ziet u niet als één grote factuur op de mat vallen. Ongeveer 50–70% van de mastitiskosten zit in niet‑geproduceerde melk, de tweede grote post is vervroegde afvoer en de rest komt uit weggegooide melk, dierenartsbezoeken, medicijnen en extra arbeid.3

De kunst is dus niet om één “wondermiddel” te zoeken, maar om een paar grote knoppen goed te zetten. Denk aan schonere en drogere ligboxen, een strakkere droogstandsaanpak en consequente melkroutines. En op robotbedrijven is er nog een grote knop die vaak over het hoofd wordt gezien: de hygiëne in en rond de tepelbekers.

Koe‑op‑koebesmetting via de melkrobot

Bij elke melkbeurt kunnen er namelijk bacteriën in de tepelbekers achterblijven en zo direct overgaan op de volgende koe. Op die manier vindt er ongemerkt een voortdurende koe-op-koebesmetting plaats.

De standaard spoeling is nog niet genoeg

U denkt misschien: “Mijn robot spoelt de bekers toch al na elke koe?” Dat klopt, en die automatische spoeling is een enorme stap vooruit vergeleken met traditionele melkstallen. De basishygiëne ligt daardoor een stuk hoger.

Maar in de praktijk blijken bacteriën hardnekkig, en is een korte spoeling met water alleen niet voldoende om de besmettingsroute echt te doorbreken. Het risico op koe‑op‑koebesmetting blijft dan bestaan, juist in een systeem dat 24/7 doorgaat. Bovendien is het water in de robot zelf ook niet altijd vrij van biofilm en bacteriën, waardoor het zelfs een extra besmettingsbron kan worden.

Hoe doorbreekt u deze besmettingsketen?

Om die keten echt te doorbreken, moet u de tepelbekers en de leidingen tussen elke melkbeurt niet alleen spoelen, maar ook desinfecteren.

In samenwerking met een DeLaval‑dealer is Crosscare+ ontwikkeld om het hygiëneniveau van DeLaval‑robots nog een stap verder te brengen. Het systeem desinfecteert de tepelbekers na elke koe volledig automatisch, dus zonder extra handmatige handelingen.

De 3 grootste voordelen:

Effectief: minder mastitis en lagere celgetallen door effectieve desinfectie van de tepelbekers.
Praktisch: geen gesleep met jerrycans: het systeem maakt het desinfectiemiddel op locatie met alleen water, zout en stroom.
Kostenefficiënt: automatische dosering voor minder dan 1 cent per melkbeurt.

Investeer dit jaar nog slim en profiteer van 27% MIA en 75% Vamil op Crosscare+.

Vragen of interesse?

Neem contact op met uw DeLaval dealer voor een adviesgesprek en ervaar de voordelen van Crosscare+. Nog verdere vragen?